Joods leven in Borculo

S. Laansma geeft in zijn boek “De Joodse Gemeente te Borculo” een duidelijke beschrijving van het joodse leven in Borculo. Vanaf 1642 is het bekend dat de “Jode van Nede” aan de rentmeester van het Hof van Borculo de som (tribuut) van ƒ 6,-- betaalde. Via de betalingen van dit tribuut is te achterhalen dat door de tijd heen er Joodse families in Borculo hebben gewoond. In zijn boek geeft Laansma een opsomming van de familienamen en personen van de Joodse gemeenschap in Borculo, Geesteren en Gelselaar. Een naam die men dan tegenkomt is die van Nathan Elzas, geboren in 1814 te Borculo, die in 1830 de perkamentfabriek te Borculo aan de Weemhof oprichtte.

In 1810 bestond de Joodse gemeenschap uit 40 personen. Deze groeide uit tot 100 personen in 1850.  Tot 1840 kwamen joden in Borculo bijeen in een huis voor het houden van godsdienstoefeningen. Op 5 Nisan 5600 (1840) werd de eerste steen gelegd voor een echte synagoge aan de Weverstraat te Borculo.
Deze sjoel was in de loop der jaren in zo’n slechte staat komen te verkeren, dat aan nieuw gebouw wordt gedacht. Middels een onderhandse aanbesteding werd aan J. te Veldhuis te Borculo opdracht verstrekt tot de bouw van een nieuwe synagoge op de plek van de oude aan de Weverstraat. Het gebouw zoals we het nu nog kennen werd in 1877 gerealiseerd.

De synagoge heeft tot eind 1941 dienst gedaan als gebedsruimte voor de Joodse gemeenschap. Als gevolg van het nazisme tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw eind 1941 door brandstichting onbruikbaar voor gebedsdiensten. Deze diensten werden verplaatst naar de Joodse school, sinds 1926 gevestigd aan de Korte Wal in Borculo. In 1977 hield de na de oorlog sterk geslonken Borculose Joodse gemeenschap haar laatste gebedsdienst in de inmiddels voormalige school aan de Korte Wal waarmee er een eind kwam deze geloofsgemeenschap. Een eerdere Joodse school, haaks gesitueerd tegen de achterzijde van de synagoge waarvan nog contouren zichtbaar zijn gemaakt in de synagoge werd in tegenstelling tot de synagoge volledig verwoest door de stormramp die Borculo op 10 augustus 1925 teisterde en is niet herbouwd.

De zo zwaar getroffen Joodse gemeenschap van Borculo zag zich na de Tweede wereldoorlog gedwongen de synagoge te verkopen. Het gebouw heeft daarna verschillende functies gehad. Het was ondermeer een opslagplaats en later in eigendom van en in gebruik bij een plaatselijke slager die het als rokerij heeft gebruikt.
Over acties voor behoud van de voormalige synagoge sinds 1975 heeft Arend J. Heideman een artikel geschreven in Borklose Maote (1999, no. 9), het tijdschrift van de Historische Vereniging Borculo, onder de titel ”Synagoge na kwart eeuw toch in glans”. Ook het herstel begin jaren negentig van de buitenkant van het gebouw door de gemeente Borculo en de eigenaar is hierin vermeld.

Lezenswaardig is het boek "Het grote gemis - De Verdwenen Joodse Gemeenschap van Borculo" dat in 2009 onder auspiciën van de Historische Vereniging Borculo is uitgebracht. In de synagoge hangt een gedenkplaat met de namen van 87 Borculose Joodse inwoners die zijn afgevoerd door de bezetter tijdens de oorlog, maar nooit zijn teruggekeerd.

Na de restauratie van de synagoge en het mikwe in 2008 is daarin een dagactiviteitencentrum voor mensen met een verstandelijke beperking ondergebracht. Op de voormalige vrouwengalerij van de synagoge is thans een permanente expositie ingericht over het leven van de Joodse gemeenschap in Borculo.