‘Evergreens, klassiek en populair

Een enthousiast applaus klonk op uit het publiek, toen de dirigent/pianist van het Twents Capella Ensemble de laatste noot aansloeg. Een welgemeende bijval vooral, als dank voor een middag met uitmuntende koorzang door acht zeer geschoolde amateurzangers van wier gezichten het plezier in het zingen overduidelijk af te lezen viel. De verbetering van de akoestiek middels de recent aangebrachte geluiddempende panelen zal hieraan zeker hebben bijgedragen, maar het succes van de middag komt geheel op het conto van dit mannenkoor o.l.v. de begeesterende dirigent Paul Kempers.

Wat de menselijke stem al niet vermag! Ons meest primitieve, in de zin van meest oorspronkelijke en pure instrument dat we bezitten. Ook zonder ondersteuning van een viool, piano of ander muzikaal hulpmiddel. Maar dat maakt de stem ook kwetsbaar. Elke oneffenheid wordt feilloos geregistreerd. In een koor waar een kleine uitglijder nog enigszins kan worden gecamoufleerd, maar zeker als solist. Wat zullen ze in het koor blij zijn met René Hazekamp! De tenor liet zich van zijn beste kant horen. Hij toverde enkele solostukken uit zijn keel die diepe indruk maakten op het publiek. Hij leverde deze prestatie niet als vanzelfzingend, het kwam uit zijn tenen.

Het programma was rijk gevarieerd en steeds vierstemmig gezongen. Het eerste deel voor de pauze bevatte werk van hedendaagse componisten, waarvan met name twee liederen van de welshman Karl Jenkins fraai vertolkt werden. De overgang naar 3 Byzantijnse gezangen werd ingevuld door dirigent/pianist Paul Kempers die een werk speelde van de romanticus Frans Liszt, een van de grootste pianovirtuozen aller tijden.

Het deel na de pauze van een mélange van wereldmuziek en evergreens met werk van o.m. Billy Joel en Paul Simon. Het laatste werk dat Louis van Dijk componeerde vlak voor zijn dood in 2020, ‘Hoop’,  werd door Paul Kempers op gevoelige wijze over het voetlicht gebracht. In ‘Tirritomba’ van Martin Koekelkoren met opnieuw een indrukwekkende solo van René Hazekamp klonk er een kleine hapering. Dit lied werd als toegift nogmaals gezongen en nu perfect met daarin nog één keer een solistisch kunststukje van René.

Ton van Uem