Lezing ‘Mesopotamië, bakermat van de westerse beschaving’
Jan Put heeft inmiddels in de synagoge van Borculo een reputatie opgebouwd die een zaal vol met belangstellende toehoorders bewerkstelligt. Dat was dit keer niet anders. De zaal van de synagoge was goeddeels volledig bezet met rond de 60 bezoekers.
Jan zette de toon door zijn lezing te beginnen met een afbeelding die de macht van de koning verbeeldde. Geprojecteerd op een tegel van geglazuurd aardewerk, een techniek waarin de kunstenaars van Mesopotamië zich meesters betoonden.
Mesopotamië, tweestromenland tussen Eufraat en Tigris, een vruchtbare halve maan zich uitstrekkend tot Egypte aan toe, dat in zo’n 9000 jaar een beschaving opbouwde waaraan onze huidige westerse beschaving grotendeels schatplichtig is. Een beschaving die begon toen mensen zich gingen vestigen op een vaste plaats, grond bewerkten tot vruchtbare landbouwgrond, wilde dieren domesticeerden tot gewillige arbeidskrachten en producenten van wol en vlees. Ze bouwden installaties die grond droog konden malen, maakten gereedschappen en hulpmiddelen als de ploeg en de beitel. Spectaculair was de uitvinding van het wiel, eerst een ronde platte schijf evoluerend tot een rad met spaken dat veel sterker was.
Landbouwgrond kon worden geïrrigeerd, zodat er vruchtbare aarde ontstond dat overproductie van landbouwproducten tot gevolg had, hetgeen leidde tot internationale handel.
De ene uitvinding bracht de andere op gang, kennis van het een bracht kennis van het ander op een hoger niveau. De wiskunde ontwikkelde het 60-tallig stelsel, met de numerieke nul en het 360 graden stelsel. Onze geschreven taal is afgeleid uit het spijkerschrift waarbij het beeldschrift werd geabstraheerd tot tekens, letters, het alfabet van 31 tekens.
Mensen gingen zich verenigen in grotere gemeenschappen, uitmondend in steden, met een eigen stukje grond, aantoonbaar door een akte van eigendomsrecht. Het monotheïsme ontstond, de eerste tempels werden gebouwd. Het Akkadische Rijk en Babylonië, de eerste multinationale staten vestigden een centraal gezag met een eigen rechtspraak. Sargon van Akkad werd de eerste wereldheerser. Aan hem werd o.a. de bescherming van de handelsroutes toevertrouwd. Hij werd vereerd en geëerd in houten en stenen beelden. De eerste steden groeiden uit tot metropolen als Akkad en Babylon met de Ishtarpoort als glorieus architectonisch hoogstandje (zie foto) en lang beschouwd als middelpunt van de wereld.
Jan Put beëindigde zijn lezing zoals hij hem begon, met een afbeelding van een geglazuurde tegel met daarop drie krijgsmannen. Een lezing waarvan de inhoud ons als ‘beschaafde’ westerlingen tot nederigheid moet stemmen, daar waar decadentie en hoogmoed steeds meer de overhand krijgen.
Ton van Uem

